LIES

 

jeFitcoach Ray

1 op 1

Functionele spiertraining

Bronnen

-Machotka Z, Kumar S, Perraton LG. A systematic review of the literature on the effectiveness of exercise therapy for groin pain in athletes. Sports Med Arthrosc Rehabil Ther Technol. 2009.

-Jansen JACG, Mens JMA, Backx FJG, Kolfschoten N, Stam HJ. Treatment of longstanding groin pain in athletes: a systematic review. Scand J Med Sci sports 2008.

-Maffey L and Emery C. What are the Risk Factors for Groin Strain Injury in Sport. A systematic Review of the Literature. Sports Med 2007.

-Hölmich P. Long-standing groin pain in sportspeople falls into three primary patterns, a clinical entity approach: a prospective study of 207 patients. Br J Sports Med 2007.

-Lewis CL, Sahrmann SA, Moran DW. Anterior hip joint force increases with hip extension, decreased gluteal force, or decreased iliopsoas force. J Biomech. 2007.

-Arnason A, Sigurdsson S, Gudmundsson A, et al. Risk factors for injuries in football. Am J Sports Med 2004.

-Delahaye H, Laffargue P, Voisin P, Weissland T, Letombe A, Dupont L, Vanvelcenaher J. Evaluation of athletes with longstanding groin pain. Isokinetics Exerc Sci 2003.

-Hölmich P, Uhrskou P, Ulnits L, Kanstrup IL, Nielsen MB, Bjerg AM, Krogsgaard K. Effectiveness of active physical training as treatment for longstanding adductor related groin pain in athletes: randomised trial. Lancet 1999.

 

 

 

 

 

 

 

Liesklachten

Veel sporters krijgen vroeg of laat te maken met een liesblessure. Vooral hardlopen, schoppende bewegingen, draaien en frequent lichaamscontact verhogen het risico. Wat kun je doen om chronische liesblessures te voorkomen? In dit artikel volgt een uitleg over adductor gerelateerde liesklachten en anteriore laxiteit.

 

Symptomen

Liespijn kan uitstralen naar je buikspieren of naar de binnenkant van je bovenbeen (femur). In het begin is er na intensieve of langdurige inspanning sprake van een licht zeurende pijn. In een later stadium ontstaan ook klachten bij aanvang van de training. Blijven sporten, zal meestal leiden tot meer pijn. Belangrijk is op tijd in te grijpen en het liefst chronische overbelasting te voorkomen.

 

Risicofactoren

Veel liesklachten worden veroorzaakt doordat krachten vanuit je core of het femur onvoldoende worden overgedragen op het bekken. Hierbij speelt een disbalans tussen propulsieve en stabiliserende spieren een rol. Tijdens sport heb je meer kans op een liesblessure bij zwakke rompspieren, onvoldoende abductiekracht, verminderde endorotatie en exorotatie van de heup, beenlengteverschillen en eerdere blessures.

 

Adductor gerelateerde klachten

Veel adductorenblessures ontstaan bij bewegingen met snelle acceleraties en plotselinge richtingsveranderingen. Een andere risicofactor is het met veel kracht overstrekken van het femur bij gelijktijdige abductie en exorotatie. Kenmerken van adductor gerelateerde klachten zijn: pijn bij adductie tegen weerstand en palpatoire pijn van de adductor longus op het os pubis (schaambeen).

 

Anteriore laxiteit

Femorale anteriore laxiteit typeert zich door een onvolledige posteriore verplaatsing van het femur tijdens flexie. Heupflexie gaat meestal samen met endorotatie en liespijn. De anteriore verschuiving kan tijdens extensie van de heup ontstaan, waardoor de heupkop niet goed naar achteren wordt getrokken.

 

Zwakke billen

Bij een zwakke gluteus maximus zorgt de semimembranosus voor toenemende druk aan de voorzijde van het heupkapsel. De hamstrings hechten grotendeels aan het scheenbeen en zijn betrokken bij flexie van de knie. Doordat de hamstrings veel taken overnemen van de gluteus maximus, wordt de femurkop in anteriore positie geduwd.

 

Zwakke psoas

De iliopsoas bestaat uit spieren die betrokken zijn bij lumbale lordose en heupflexie. De psoas hecht aan alle wervels van de lumbale wervelkolom en moet zowel bij extensie als flexie helpen bij het sporen van je dijbeen. Een zwakke psoas kan zorgen voor een overspannen adductor longus en toenemende druk aan de voorkant van het kapsel. Vaak zijn hierbij spieren als de tensor fascia latae en sartorius ook overactief.

 

Oefeningen

Spiertraining wordt opgebouwd van statische inspanning naar functionele beweging. Hierbij verbeter je de kracht en coördinatie van stabiliserende spieren rondom je heupen en het bekken. De buikspieren kunnen het bekken achterover kantelen, terwijl de ilopsoas dit voorover kan doen. Deze spiergroepen werken altijd samen in functionele bewegingen.

 

Onderbouwing

Bij wetenschappelijk onderzoek naar blessures wordt de lies meestal niet als aparte lichaamsregio gedefinieerd. Hierdoor is goede data wat betreft de epidemiologie van liesklachten schaars. Ondanks het onderscheid tussen adductor-, iliopsoas- en rectus abdominis-gerelateerde pijn, is meer eenduidigheid over lokalisatie en diagnostiek van liesaandoeningen nodig.

 

Conclusie

Een chronische liesblessure kan ontstaan door overbelasting in verschillende spieren, gewrichten en pezen. Bij het ontwikkelen van liesklachten kunnen functiestoornissen van de wervelkolom of andere afwijkingen een rol spelen. Zwakke heup- en buikspieren zijn belangrijke risicofactoren. Gelukkig kun je met de juiste functionele oefeningen veel lieskwetsuren helpen voorkomen.

 

 

Kvk-nummer 57561397 | jeFitcoach Functional training | Triodos Bank NL57 TRIO 0197 6235 14